Vierkant doek uit de periode van de 'bewoonde abstracten', waarin de evolutie van abstracte werken naar pop-art merkbaar is. Fragmentarische opbouw, waarbij de verf dun is aangebracht en het doek grotendeels onbeschilderd is gebleven. Afbeelding van een vrouw die in een stoel zit, waarbij de bovenste helft (buste) in het kwart rechts bovenaan is geplaatst, en de onderste helft (stoel, handen, benen) in het kwart links onderaan is geplaatst. De twee van elkaar geschoven elementen zijn gescheiden door een rode band (verticaal) en een band in regenboogkleuren (horizontaal). Linksboven en rechtsonder is het doek wit gelaten. Ook de buste is nauwelijks uitgewerkt, met enkel aanduiding van het rechteroog, een detail van het kapsel, de linkerschouder en een detail van de stoel. De onderste helft van de figuur (het kwart linksonder) is het meest uitgewerkt, inclusief schaduwpartijen: de stoel, de benen en de twee gevouwen handen tussen de knieën. Het vlak tussen de stoelpoten en de benen is blauw ingekleurd. Gesigneerd en gedateerd op de achterzijde.