Werk uit de latere periode van de kunstenaar, verticaal georiënteerd, hoofdzakelijk in blauwe en paarse tonen. Fragmentarisch opgebouwde compositie. Tegen een lichtblauwe achtergrond zijn verschillende monochrome fotografische beelden aangebracht. Van onder naar boven: 1. de bustes van twee jonge vrouwen, gekleed in kant, in profiel naar elkaar gekeerd, met gestrekte armen en met de handen op elkaars schouders; de rechtse figuur kijkt de toeschouwer aan; 2. verschillende textielfragmenten (kant) met daarop een foto van een grotendeels naakte vrouw, in profiel naar rechts, zittend in een schommel, met de benen gestrekt, lachend, met het hoofd naar achter gekanteld; links en rechts van dit beeld telkens een halve cirkelvorm (een autostuur?); 3. afgebeeld op een omgekeerde driehoekige vorm, verschillende foto's ontleend aan glossy magazines, met (links) de afbeeldingen van enkele jonge vrouwen omringd door jonge halfnaakte mannen en (rechts) naakte vrouwen die over rotsen lopen. Rond het geheel van deze collage, aan de buitenzijden van het doek, afbeeldingen van strippen textiel in paarse en lila tonen, die een lijst rond het centrale vlak vormen.