Werk uit de latere periode van de kunstenaar, horizontaal georiënteerd. Het doek is opgedeeld in twaalf min of meer gelijke vlakken (drie rijen van vier), als vellen papier of stukken textiel die naast elkaar zijn geschikt, soms tegen elkaar, soms met een tussenruimte. Over deze vlakken zijn fotografische beelden van jonge vrouwen en bloemen geplaatst, ontleend aan glossy magazines. Op de bovenste rij: driemaal de portretten van dezelfde twee vrouwen in profiel, de ene met een rood en de andere met een blauw hoofddeksel. Op de bovenste twee vlakken, zowel rechts als links (waar het beeld over de vrouwen met de hoedjes valt): een gespiegeld beeld van een naakte vrouw tot op heuphoogte. Centraal op de onderste twee vlakken: twee gelijkaardige afbeeldingen van jonge vrouwen met een hoofddeksel en met de borsten ontbloot, in profiel naar elkaar gekeerd. Beide figuren dragen een parasol. De rechtse figuur kijkt de toeschouwer aan. Boven deze figuren is nog tweemaal (gespiegeld) een uitsnede van een vrouwelijke buste aangebracht, met in de hand een bloementuil. Op het vlak links onderaan: afbeelding van een bloempot met een plantje en van een hand met daarin een onduidelijk object waarop een menselijk oog staat afgebeeld. Op het vlak rechts onderaan: een witte bloem. Over de scheiding tussen de eerste en de tweede kolom is een brede verticale strook bruinrode verf aangebracht. Deze kleur wordt herhaald in twee fragmenten rechts op het doek (bovenste en onderste vlak).