Kleurenlithografie, voornamelijk in grauwe kleuren, met enkele felgekleurde accenten. Links vooraan een naakte vrouwelijke figuur, frontaal afgebeeld, tot op dijhoogte, met een donkere huidskleur. De romp is licht gedraaid, waardoor de linkerarm achter het lichaam is verborgen. De rechterarm is licht gebogen, met de rechterhand die op de rechterdij ligt. De vrouw draagt een transparante blouse, met een groot bloemenmotief en met losse eindjes touw onderaan. Op het hoofd draagt ze een breedgerande, rode hoed. Haar nek (inclusief de kin) is verpakt in een hoge groene huls of kraag, die op de borst rust en bovenaan tot aan de mond reikt. De kraag loopt bovenaan breed uit en is versierd met een U-vormige figuur. De vrouw werpt een schaduw op een bleke achterwand, die de linkerhelft van het blad inneemt. Rechts op de achtergrond staan twee menselijke wezens, ten voeten uit, met een groene huidskleur en allebei gekleed in een lichte (nacht)japon met lange mouwen en kanten kraagjes. Ze staan wijdbeens, met de armen naast he lichaam. De hoofden zijn herleid tot gekantelde ovalen, met twee donkere amandelvormige holtes op de plaats van de ogen. Schaduwen onder hun voeten suggereren dat ze zweven boven een plankenvloer, die het beeld rechtsonder vult en die perspectief aan het werk geeft. Rechtsonder, op de druk, in wit potlood: "59/96 Jef Van Tuerenhout".