In een decoratief landschap Mr. W. v.den Kerckhoven met echtgenote en 15 kinderen, waarvan 10 in leven, de 5 overledenen als engeltjes afgebeeld.
In de schilderij zijn de volgende personen afgebeeld:
Willem van den Kerckhove, raadsheer van de prinses van Oranje en Raad Ordinaris in het Hof van Holland.
Vrouw Rijnburgh Sebastiaans de Jonge
Melchior - hij die een paard vasthoudt. In zijn latere leven is hij rentmeester geweest. Hij trouwde met Geertrui Coune.
Sebastiaan - die met een hoorn in de hand. Ongetrouwd gestorven in 1708.
Margaretha - getrouwd geweest met Gualtar Zeeman.
Adriaan - hij die in het bruin is gekleed. Ongetrouwd gestorven.
Egbert - hij met een schotel druiven in zijn hand. Gestorven op jongere leeftijd aan de pest.
Elisabeth - in het blauw. Eerst getrouwd geweest met Jacob van den Corput en later met Vincent van Pothoven.
Rijnburgh - in het rood. Getrouwd geweest met Adriaan van Bergen.
Cornelis - op de grond zittende met een hondje, gestorven op acht à tienjarige leeftijd.
Willem - staande naast zijn moeder. De jongste in de familie toen dit schilderij geschilderd werd. Getrouwd geweest met Amalia van der Graeff.
Pellegom - staande naast zijn vader. Hij is er later, in het jaar 1655, bijgeschilderd. Getrouwd geweest met Jeane Lauder.
De vijf engeltjes - Jacob, Willem, Cornelia, Debora en Cornelis. Omringd door hun vijftien kinderen laten mr. Willem van den Kerckhoven en zijn vrouw Reijnburg Sebastiaensdr. de Jonge zich portretteren aan de voet van een boom in een geïdealiseerd landschap. De vijf engeltjes in de lucht stellen de overleden kinderen van het echtpaar voor. Pellegrom, de jongste zoon, werd na de voltooiing van dit portret geboren. Drie jaar later is hij, staande naast de knie van zijn vader, alsnog op dit werk vereeuwigd. Dat is de reden dat schilder Johannes Mijtens het werk tweemaal heeft gedateerd: de eerste keer in 1652 (rechts van het midden onderaan) en de tweede keer in 1655 (op de mouwslip van het jongste kind). Als adviseur van Amalia van Solms behoorde Van Kerckhoven tot de 17de-eeuwse elite van Den Haag. De kleurrijke en verfijnde (fantasie-)kleding op dit schilderij weerspiegelt de welvaart van deze familie, terwijl de aanwezigheid van de donkere bediende op de achtergrond een verwijzing is naar haar hoge sociale status.
Zeer waarschijnlijk heeft de bediende nooit samen met de familie Van den Kerckhoven voor de schilder geposeerd en wellicht heeft hij ook nooit bestaan. Deze persoon is op de eerste plaats een 17de-eeuws statussymbool; bedoeld om de rijkdom van de familie te tonen. Het schilderij bevat ook allerlei verwijzingen naar goede deugden. De vruchten en bloemen vormen een toespeling op de liefde, de huwelijkse kuisheid en de vruchtbaarheid, terwijl het hondje bij de moeder trouw verbeeldt. Dergelijke motieven komen in het werk van Mijtens regelmatig voor. Toch zijn de attributen die de familieleden vasthouden niet allen door de schilder zelf bedacht om aan het werk een symbolische lading te geven. Bij de schenking van het familieportret in 1870 werden de op dit werk geschilderde wandelstok en nautilusschelp ook aan het Gemeentemuseum geschonken. Jarenlang zijn deze objecten in een vitrine tegenover het schilderij tentoongesteld geweest.